Wat is een cel?

Een cel is de kleinste, levensvatbare bouwsteen van ons lichaam. Ze is het basiselement van het menselijk organisme, waarin alle levensprocessen, zoals de verwerking van prikkels, voortplanting, overerving en stofwisseling, zich afspelen. Het menselijk lichaam bestaat uit meer dan 50.000 miljard cellen met ongeveer 220 verschillende celen weefseltypes. Iedere seconde sterven er miljoenen lichaamscellen af en worden ze door nieuwe vervangen. Het belangrijkste kenmerk van een goede gezondheid van een persoon is de gecontroleerde celdeling. Alvorens een cel echter wordt opgesplitst en er dus erfelijke informatie wordt doorgegeven aan de gevormde dochtercel, moet het DNA van de oorspronkelijke cel eerst verdubbelen, daarna sterft de moedercel af. Het lichaam moet dus in staat zijn om zijn oude of gebrekkige cellen te verwijderen.

 

1. Celkern: stuurcentrale van de cel die DNA bevat (een draad in iedere lichaamscel van ca. 2 meter lang die alle erfelijke informatie in zich draagt)
2. Cytoplasma: geleiachtige substantie in de kern van de cel, omgeven door een vliesje (celmembraan)
3. Celmembraan: laat voedingsstoffen binnendringen en voert afvalstoffen af
4. Mitochondriën =  krachtcentrales van de cel

 

Dit proces staat in de geneeskunde beter bekend als geprogrammeerde celdood (apoptose). Wanneer er zich tijdens dit proces fouten in de programmering voordoen, ontstaan zieke of gedegenereerde cellen (bv. kankercellen). Deze cellen bevatten en werken op basis van het DNA (aanwezig in de celkern als chromosomen). Het DNA kan omschreven worden als een soort van bouwplan voor het lichaam, dat vastlegt welke cel welke taak op zich moet nemen. Cellen in de verscheidene organen zijn wat hun levensduur en functie betreft verschillend geprogrammeerd. In de regel duurt het ongeveer 120 dagen vooraleer ons lichaam zich min of meer vernieuwd.

De cellen moeten hun taken natuurlijk tot een goed einde brengen. Daarom moeten ze worden voorzien van voedingsstoffen, zoals koolhydraten, vetten, eiwitten, voedingsvezels, vitamines, mineralen en spoorelementen. Vooral de cellen van het immuunsysteem zijn afhankelijk van specifieke substanties, waaronder selenium, zink, vitamine C en vitamine D3.